Kleine watersalamander

Minimaliseren

Kleine watersalamander - foto Jelger Herder

Beschrijving

De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris (synoniem: Triturus vulgaris)) heeft een grijs-, leem- tot olijfkleurige rug en flanken. Zijn buik is geel tot oranje met donkere zwarte vlekken. Tussen de flanken en de buik loopt nog een lichte, wit tot zilverige band. De kleine watersalamander kan tot 11 cm groot worden en is dus niet de kleinste salamander in Nederland (dat is de vinpootsalamander).

Mannetjes ontwikkelen in de voortplantingstijd een kam op de rug. In de landfase zijn zowel de mannetjes als de vrouwtjes eenvormig bruin. De larven zijn moeilijk te onderscheiden van die van de vinpootsalamander.

Verspreiding en leefwijze

De kleine watersalamander is de meest algemene salamander in Nederland. Hij komt veel voor in sloten en poelen (als deze niet te veel vis bevatten). De kleine watersalamander stelt weinig eisen aan zijn biotoop. Hij komt zowel voor in stadstuinen als in kleinschalige cultuurlandschappen en bos- en heidegebieden.

Het voortplantingsbiotoop bestaat uit allerlei soorten ondiep stilstaand en zwak stromend water. Het moet niet al te groot of beschaduwd zijn en wat onderwatervegetatie bevatten. De paartijd loopt vanaf eind maart tot juni, waarbij de piek in april en begin mei ligt. Het vrouwtje legt 100 tot 350 eieren die ze stuk voor stuk afzet aan waterplanten.

Bescherming

De kleine watersalamander heeft in de Rode lijst de status de status "thans niet bedreigd" (Staatscourant, 2009 cf. van Delft et al., 2007). De soort is beschermd volgens de Wet Natuurbescherming (Nationaal beschermd, sinds januari 2017). De kleine watersalamander is opgenomen als beschermde soort in bijlage 3 van de Conventie van Bern. In 2016 verscheen in het RAVON tijdschrift een artikel over de Wet Natuurbescherming met een actueel overzicht van de beschermde reptielen, amfibieën en vissen (Hunink & Zollinger, 2016). Dit artikel is hier te vinden.

Methode van monitoring

In de paartijd zijn kleine watersalamanders in het water waar te nemen. Juli is de beste maand voor het vinden van de larven, die zich helaas zelden laten zien en niet van de larven van de vinpootsalamander te onderscheiden zijn. Buiten het verspreidingsgebied van de vinpootsalamander kunnen de larven goed bij de inventarisatie worden meegenomen. Daar waar beide soorten samen voorkomen, kan op grond van de larven en eitjes alleen geen zekerheid worden verkregen over welke soort  in welke dichtheden voorkomt. 

  • avondtellingen van volwassen dieren in het voortplantingswater (maart t/m mei)
  • zoeken naar larven (juni t/m augustus)
  • zoeken naar eitjes (april t/m mei)
  • bemonsteren met schepnet


  

Fotoalbum

Minimaliseren
Langs de border ligt wat oud hout, lekker wegrottend. Een ideale overwinter- en schuilplaats voor deze leuke diertjes. Behalve beschutting is er ook volop voedsel, allerlei insekten, slakken en -eitjes, spinnetjes enz.
En zo'n "uitgewinterd" beestje wil best even op de foto.
Het blijft een mooi gezicht, zo'n salamanderkoppie met van die nieuwsgierige oogjes.
Nog een laatste plaatje en dan weer lekker toedekken.
Wat verder in het jaar kom je dan af en toe nog zo'n smurfje tegen
  
  RAVON is de kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen. Advies, onderzoek & bescherming.   Telefoon: 024-7410600
Email: kantoor@ravon.nl
Adres: zie contact pagina