RAVON-dag 2011 – Thema Innovatie en vernieuwing

Minimaliseren

Samenvatting presentaties

Padden in de put – Amfibieënsterfte in straatkolken
Annemarie van Diepenbeek, RAVON
Op veel plaatsen komen amfibieën in straatkolken terecht, kunnen deze niet meer verlaten en sterven uiteindelijk. In 2010 heeft RAVON op 6 locaties verspreid over het land een onderzoek uitgevoerd en in 2011 is er een proefopstelling met straatkolken en uitklimvoorzieningen gerealiseerd met amfibieënsoorten die algemeen in stedelijk gebied voorkomen. De dieren blijken geboden uitklimmogelijkheden goed te benutten. Om een beter representatief beeld te krijgen van de ernst en omvang van het probleem is een landelijk onderzoek gepland. Belangrijk doel daarvan is een beeld te vormen van de kenmerken van probleemlocaties, zodat verantwoordelijke rioolbeheerders binnen het eigen werkgebied de probleemlocaties kunnen opsporen. Oplossingsrichtingen voor tijdelijke en permanente voorzieningen worden daarbij gegeven, rekening houdend met de waterafvoerende functie van de straatkolken.
Om draagvlak en kansen voor implementatie van oplossingen te vergroten heeft RAVON samenwerking gezocht met RIONED, de landelijke koepelorganisaties voor stedelijk waterbeheer, waarbij bijna alle rioolbeherende instanties zijn aangesloten. Daarnaast is er een klankbordgroep gevormd met vertegenwoordigers van gemeenten, waterschappen, leveranciers van rioolkolken en organisaties die zich met stadsnatuur bezig houden. Voor de uitvoering van het onderzoek wordt de medewerking van vrijwilligers gevraagd om in samenwerking met de betreffende gemeente locaties te onderzoeken op amfibieën in straatkolken.

Vernieuwende natuurfotografie
Edo van Uchelen & Bart Siebelink, Centrum voor natuurfotografie
Natuurfotografie is een nieuwe trend. Tegenwoordig trekken bijna 400.000 Nederlanders geregeld met een digitale spiegelreflex het groen in. Dat cijfer komt van de stichting Centrum voor Natuurfotografie, dat werd opgericht door twee Ravonners van het eerste uur: Bart Siebelink en Edo van Uchelen. Dit jaar verscheen bij de KNNV-Uitgeverij het door hun geschreven Handboek Natuurfotografie. Daarin staan vanzelfsprekend ook veel foto's van reptielen en amfibieën. Vandaag zijn Bart en Edo hier te gast om te laten zien hoe je deze dieren op een vernieuwende manier kunt fotograferen. En mocht je willen weten hoe vernieuwend je zelf bezig bent met fotografie, dan zijn Bart en Edo in de pauze beschikbaar om feedback te geven op jouw foto's of doe de zelftest op www.centrumvoornatuurfotografie.nl  

Belang en toepassing van genetisch onderzoek in natuurbeheer
Hans Breeuwer, Universiteit van Amsterdam
DNA vingerafdrukken worden gebruikt om inzicht te krijgen in de genetische gezondheid van populaties en de populatiestructuur. Deze techniek is inmiddels zo verfijnd, dat maar een geringe hoeveelheid celmateriaal hoeft worden afgenomen van dieren en deze er weinig tot geen last van hebben. Zelfs uitwerpselen, stukken, haren en dergelijke kunnen dienen als bron voor DNA vingerafdrukken. Elk individu heeft een unieke DNA vingerafdruk, die ze hebben geërfd van hun ouders en weer door kunnen geven aan hun nakomelingen. De mate van variatie in DNA vingerafdrukken van individuen een populatie en tussen populaties kan ons informatie geven over de genetische gezondheid van een populatie. Kleine populaties kunnen last krijgen van inteelt en genetische drift waardoor genetische variatie verdwijnt en inteeltdepressie of onvermogen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden het resultaat kunnen zijn. Verschillen in DNA vingerafdrukken tussen populaties zijn een maat voor de genetische uitwisseling en zijn daarmee een indicatie voor hoeveelheid en richting van migratie. Kortom, inzichten in de populatie structuur en genetische gezondheid van soorten kunnen heel goed gebruikt worden bij het opstellen van beheersmaatregelen en natuurbescherming.

20 jaar beekprikonderzoek
Gert Jan Blankena & Romeo Neuteboom, Vissenwerkgroep De Prik
De Viswerkgroep De Prik is ongeveer twintig jaar actief met verspreidingsonderzoek van vissen in de mooie beken en sprengen op de Veluwe. De verspreiding (en bescherming) van de zeldzame Beekprik speelt hierbij een belangrijke rol. De presentatie op de Ravon dag is daarom geheel gewijd aan deze bijzondere vis: “20 jaar verspreidingsonderzoek Beekprik”. Hierbij wordt ook aandacht gegeven aan veldervaringen die niet in de boeken staan. De presentatie start met een korte quiz aan de hand van een “smoelenboek van de prikken familie”. Vervolgens is er een korte introductie van de Viswerkgroep waarna de ecologie van de vis en de vismethode uiteengezet wordt. De daarop volgende dia’s gaan over de resultaten en de wijze lessen uit onze veldonderzoeken. De presentatie wordt afgesloten met een televisiefragment van TV Gelderland over de Viswerkgroep.

Zenderonderzoek naar beekvissen
Jan Kranenbarg, RAVON
Om het concept van een temporele vismigratiezone te testen is in 2010 een geul in een natuurlijke laagte gegraven bij een watermolen in de Itterbeek en is in 2011 een innovatief vismigratieonderzoek uitgevoerd. Bij het onderzoek zijn twee typen visregistratiesystemen toegepast. Het ene type betreft een telemetriesysteem van OREGON-RFID. Met dit systeem is de passage van individuele vissen waarbij een merk werd geïmplanteerd (PIT-tag) vastgesteld. Hiernaast is een mobiele ontvanger gebruikt om vissen in het traject stroomafwaarts van de temporele vismigratiezone op te sporen met het doel inzicht in de ruimtelijke verdeling en het habitatgebruik van de beekvissoorten te ,krijgen. Het andere toegepaste type betreft een zogenaamde fishcounter waarmee de stroomaf- en stroomopwaartse passage van vissen in de temporele geul bepaald is.
Van de 96 individuen waarvan werd vastgesteld dat ze zich ten tijde van het onderzoek benedenstrooms van de temporele nevengeul bevonden, werden 12 individuen gedetecteerd in de monding van de temporele nevengeul. Het betrof met name rheofiele soorten; vier riviergrondels, vier kopvoorns en een bermpje. Hiernaast werden ook twee zonnebaarzen en een karper gedetecteerd. Deze vissen trokken de geul in vanaf begin april, met een piek in de tweede helft van april, tot begin mei. In augustus werd een tweede migratiepiek van kopvoorn waargenomen. Ook met de fishcounter werden deze migratiepieken geregistreerd. De migratiepieken vonden plaats op het moment dat er een sterk verhoogde afvoer optrad in de Itterbeek. De eerste migratieperiode begon op het moment dat de gemiddelde dagtemperatuur tot boven de acht graden steeg. Verder blijkt uit het onderzoek dat er duidelijke verschillen zijn in de ruimtelijke verspreiding van de onderzochte soorten. Zo vertonen kopvoorn en riviergrondel een voorkeur voor de sneller stromende beekdelen, heeft baars een voorkeur voor structuurrijke meanderende delen en een diepe kom en werd brasem voornamelijk aangetroffen in stagnante slibrijke delen en de diepe kom.

Met snorkel en duikbril op zoek naar exoten
Arthur de Bruin, RAVON
Korte fotoimpressie over de mogelijkheden van snorkelen bij op opsporen van exoten.

Een nieuw meetnet Beek- en poldervissen en introductie nieuwe meetnetportals Vissen & Reptielen
Raymond Creemers, RAVON
In 2011 is RAVON gestart met een nieuw meetnet: het meetnet beek- en poldervissen. Informatie over het nieuwe meetnet beek- en poldervissen, klik hier. Gekoppeld aan het meetnet is een site voor de invoer van de veldgegevens, die sinds 12 november gebruikt kan worden door de vrijwilligers klik hier. Ook voor het meetnet reptieeln is een invoerportal gemaakt, waar vrijwilligers in de tweede heflt van november op kunnen inloggen, er zijn nog enekel instellingen die veranderd meoetn worden voordat de vrijwilligers kunnen inloggen. De deelnemers aan het meetnet krijgen daarmee ook toegang tot de archiefgegevens uit hun eigen routes. Tenslotte werd ook een nieuwe website gelanceerd met informatie over de in Nederland voorkomende slangen. De website www.slangen.nu is een website naar het model van Padden.nu Het vormt een platform voor iederen die zich die bezig houdt met slangen en hun bescherming in Nederland! 

Lendersprijs 2011
De Lendersprijs 2011 is gewonnen door John Melis. “Voor zijn energieke bijdrage aan het initiëren en professionaliseren van RAVON activiteiten in Friesland. Hij heeft structureel een grote groep vrijwilligers weten te motiveren waardoor er veel meer waarnemingen van Reptielen, Amfibieën en Vissen worden verzameld. Er is door zijn inzet structureel meer regionale beleids- en media aandacht voor aanwezigheid en trends van Reptielen, Amfibieën en Vissen en daarmee ook meer aandacht voor beter beheer en inrichting van gebieden. Daarbij levert John al jaren een constructieve bijdragen aan de groei en ontwikkeling van de landelijke RAVON organisatie.”

Populatiestructuur van de ringslang in Nederland; isolatie - migratie – kolonisatie
Elze Groenhout, Universiteit Amsterdam
De ringslang is een van de drie inheemse soorten slangen van Nederland. Naast de adder en de gladde slang is het een bedreigde diersoort in Nederland en de rest van Europa, maar wel de enige soort die in Nederland buiten beschermde natuurgebieden voorkomt. Op dit moment werken tientallen vrijwilligers samen om de soort te monitoren, broeihopen aan te leggen en nieuw habitat te creëren. Dit is noodzakelijk om het habitat van de ringslang te beschermen en ervoor te zorgen dat de dieren voldoende plek hebben om te overwinteren en hun eieren af te zetten. Ondanks deze maatregelen is de genetische kennis beperkt. Door de genetische structuur van de ringslang te analyseren wordt het mogelijk om te zien hoe de migratiepatronen van deze soort precies in elkaar zitten en wat de mate van inteelt is binnen populaties. Ook ontstaat de mogelijkheid om meer doelgericht behoudsmaatregelen te componeren. Na in 2010 gezien te hebben dat sommige populaties last hebben van inteelt wordt het onderzoek uitgebreid tot op nationaal niveau. Op deze manier kan er op nationaal niveau een beleid worden opgesteld om de ringslang te behoeden van de ondergang.

Innovatief databeheer bij adderpopulatie-onderzoek (Mantingerveld)
Cees Vermeer & Rolf van Leeningen
Sinds 2006 wordt op het Mantingerveld (Dr.) onderzoek gedaan naar de adderpopulatie. Voor het verwerken van de data en foto's die hierbij verzameld worden bleken Excel en Access bestanden niet te voldoen. Het vergelijken van foto's en data tussen de verschillende onderzoekers bleek te omslachtig, omdat deze niet direct voor de onderzoekers centraal beschikbaar waren. Daarom hebben de onderzoekers een website ontwikkeld, waarmee de data centraal kan worden ingevoerd en bekeken. Ook kunnen foto's die gebruikt worden voor de individuele herkenning, worden geüpload en met elkaar worden vergeleken. Individuen, maar ook de gehele populatie, kunnen op deze manier via kaarten, tabellen en grafieken gevolgd worden. Op dit moment worden de mogelijkheden getest om via de smartphone gegevens in het veld te kunnen invoeren/ bekijken. Jaarlijks wordt de data geëxporteerd en aan RAVON en Natuurmonumenten geleverd. Dit type website is voor een veel bredere groep ecologische onderzoeken toepasbaar en wordt onder de naam Natuurbase verder ontwikkeld.

Jongeren in de natuur anno 2011
Thijs Fijen,, JNM
Korte weergave van de JNM activiteiten anno 2011 en hoe jongeren thans natuurstudie en natuurbeleving invullen. Daarbij spelen sociale media en invoerportals een steeds grotere rol. Ook nieuwe applicaties voor mobiele telefoons (herkenning A&R en herkenning Vissen) worden populairder.

Slangengif: van veldwerk naar nieuw medicijn
Freek Vonk, Universiteit Leiden
Het onderzoek van bioloog Freek Vonk, verbonden aan de Universiteit Leiden en NCB Naturalis, over de ongekende mogelijkheden van slangengif biedt nog veel meer mogelijkheiden, dan oorspronkelijk werd aangenomen. Slangengif kan worden ingezet voor het vervaardigen van diverse geneesmiddelen. Vonk: “Waarom zouden we zelf in het laboratorium medicinale moleculen in elkaar gaan knutselen, als de natuur al bijna alle mogelijke actieve moleculen voor ons heeft gemaakt?” Samen met een team van farmacologen, clinici, systematici en biologen, heeft Vonk onderzoek naar het gebruik van slangengif gedaan, waarbij gebleken is, dat ook slangen zonder (voor)giftanden wel degelijk een grote bron van bruikbaar materiaal zijn. Lang werd gedacht dat deze exemplaren geen gif hadden en werden zodoende genegeerd in het zoeken naar medicijnen. Uit jarenlang onderzoek is echter gebleken, dat de achtertand-giftige slangen even sterke gifstoffen uitscheiden als de gevaarlijke gifslangen, maar in veel mindere mate. Door nieuwe technologische ontwikkelingen is het nu mogelijk om snel en efficiënt bruikbare moleculen te identificeren en te extraheren uit deze giffen. Er leven zo’n 3000 soorten slangen op de wereld, waarvan er ruim 2000 geen giftanden aan de voorkant van de bek hebben.

  

Fotoalbum

Minimaliseren
John Melis, winnaar Lenders prijs (en Hero Prins)
Jan Kranenbarg (RAVON)
Hans Breeuwer (UvA)
Romeo Neuteboom (Werkgroep de Prik)
Bart Siebelink
De RAVON Stand
Gertjan Blankena (Werkgroep de Prik)
Elze Groenhout (UvA)
Rob van Westrienen (RAVON)
Over adderonderzoek in het Mantingerveld
Over adderonderzoek in het Mantingerveld
Edo van Uchelen
John Melis, winnaar Lenders prijs (en Hero Prins)
Kris Joosten en Annemarie van Diepenbeek (RAVON)
  
  RAVON is de kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen. Advies, onderzoek & bescherming.   Telefoon: 024-7410600
Email: kantoor@ravon.nl
Adres: zie contact pagina