Search

Inleiding

Groene kikker besmet met Ranavirus Dick Willems

Ranavirussen worden gerekend tot de zgn. Emerging Infectious Diseases (EIDs): opkomende infectieziekten die – in dit geval – reptielen, amfibieën en vissen besmetten. Deze virussen hebben in Amerika, Europa en in Azië massale sterfte veroorzaakt onder volwassen en onvolwassen amfibieën, reptielen (met name schildpadden) en vissen. Opvallend is ook dat sommige ranavirussen tussen de verschillende soortgroepen kunnen worden overgedragen.

Voorbeelden van uitbraken bij amfibieën in Europa zijn die bij bruine kikkers in Engeland, bastaardkikkers in Denemarken en Alpenwatersalamanders en vroedmeesterpadden in Noord Spanje en in Nederland bij o.a. knoflookpadden, groene kikkers, kleine watersalamanders en kamsalamanders (1-4). De uitbraken zijn meestal heftig, van korte duur en komen vooral voor rond de zomer. Het virus kan echter wél lang aanwezig blijven en zo een sluipmoordenaar vormen voor de aanwezige gastheren.

Wat is Ranavirus

Ranavirus door een electronenmicroscoop Foto: Kirstin Rohn

Het zijn virussen die behoren tot het geslacht Ranavirus van de familie van de Iridoviridae. Ranavirussen komen voor bij amfibieën, vissen en reptielen en zijn nooit in verband gebracht met ziekten bij de mens. Dit komt waarschijnlijk omdat ranavirussen zich vermenigvuldigen bij temperaturen tussen de 12 – 32˚C, terwijl het menselijk lichaam 37˚C is.

Elk type ranavirus kan meerdere soorten besmetten (multihost-pathogeen), vaak wel binnen dezelfde klasse (dus óf vissen, óf amfibieën, óf reptielen). In Nederland zijn drie typen CMTV-ranavirus aangetroffen (5) en onderling verschillen ze in de mate waarin ze ziekte en sterfte veroorzaken bij hun gastheren (6). Kleine watersalamanders kunnen het virus subklinisch bij zich dragen, waardoor zij dus een natuurlijk reservoir kunnen zijn voor het virus (6).

Foto rechts: gemaakt onder electronenmicroscoop van een lever waar je virus deeltjes kan zien (bij de pijltjes)

Wat doet Ranavirus?

Ranavirussen zorgen onder andere voor zogenaamde ‘geprogrammeerde en ongeprogrammeerde celdood’. Dat betekent dat cellen als het ware zelfmoord plegen. Dit is te zien in ziektebeeld van een geïnfecteerd dier in de vorm van onder andere inwendige bloedingen in de organen als lever, nieren, milt en spijsverteringskanaal, het afsterven van deze organen en het ontstaan van poliepen op de huid en veelvuldig vervellen.

Welke soorten worden getroffen?
Het Common Midwife Toad Virus (CMTV) ranavirus treft in elk geval de helft van de Nederlandse soorten, en mogelijk meer. De soorten waarbij in Nederland besmettingen zijn aangetroffen zijn groene kikkers (onbepaald), bruine kikker, gewone pad, knoflookpad, kamsalamander en kleine watersalamander. In Spanje zijn ook de vroedmeesterpad, vuursalamander en Alpenwatersalamander gevoelig, in België zijn Amerikaanse stierkikker (Lithobates catesbeianus) gevonden als drager (dieren werden zelf niet ziek) en in Frankrijk zijn bruine kikkers gevonden met dit type virus. De Amerikaanse stierkikker die in Baarlo zijn weggevangen waren niet besmet met ranavirus. Van deze Amerikaanse stierkikker was 71% wel besmet met een nieuwe soort Chlamydiales (Candidatus Amphibiichlamydia ranarum).(7)

Groene kikker Ranavirus Annemarieke Spitzen Kleine watersalamander Ranavirus Annemarieke Spitzen Zieke kikkervisjes Annemarieke Spitzen

Waar komt het vandaan?

Ranavirus verspreiding NederlandIn 2010 was de eerste uitbraak in Nederland in het Nationaal Park Dwingelderveld (1,2), maar ranavirus heeft zich verder verspreid over Nederland. De virustypes in Noord- en in Zuid-Nederland van elkaar verschillend (5), waardoor de uitbraken in het noorden en zuiden van Nederland waarschijnlijk niet aan elkaar zijn gerelateerd.

Waar komt het vandaan?
Het type ranavirus dat in Nederland voorkomt, is ook gevonden in Frankrijk, België en Spanje. Of ranavirus al langer in Nederland aanwezig was en nu pas voor sterfte zorgt, of dat ranavirussen recent zijn binnengebracht, is niet bekend. Ranavirussen worden geschaard onder de ‘Emerging Infectious Diseases’. Opkomende infectieziekten die massale sterfte veroorzaken bij reptielen, amfibieën en vissen. Het is belangrijk om te voorkomen dat het virus zich verder verspreidt. Het virus kan lange tijd levensvatbaar blijven op materiaal. Omdat dieren het bij zich kunnen dragen zonder uiterlijke kenmerken te tonen, is het niet in het veld met zekerheid aan te tonen dat een populatie NIET besmet is. Het is daarom altijd aan te raden het hygieneprotocol uit te voeren.

Hoe verspreidt het virus zich?
Het virus verspreidt zich horizontaal, wat betekent dat een geïnfecteerd dier een schoon dier kan besmetten als ze in hetzelfde water zwemmen, of elkaar aanraken, maar ook door kannibalisme (een besmet kikkervisje dat wordt opgegeten), of het opeten van een aan ranavirus gestorven dier. Het virus zit ook in het water, waardoor schone dieren die in het besmette water zwemmen besmet kunnen worden.

Het virus verspreidt zich horizontaal, wat betekent dat een geïnfecteerd dier een schoon dier kan besmetten als ze in hetzelfde water zwemmen, of elkaar aanraken, maar ook door kannibalisme (een besmet kikkervisje dat wordt opgegeten), of het opeten van een aan ranavirus gestorven dier. Het virus zit ook in het water, waardoor schone dieren die in het besmette water zwemmen besmet kunnen worden. Aangetoond is dat kleine watersalamanders vaak oraal geïnfecteerd raken waardoor het virus zich in de mondholte vermeerderd en daarna door het lichaam wordt verspreid (6).

Ranavirussen kunnen een erg lange tijd (> 60 dagen) levensvatbaar blijven in water, in sediment en ook in dood weefsel (een week) (8). Dit betekent dat verspreiding via stromend water, besmette amfibieën (die mogelijk geen ziekteverschijnselen vertonen) en via transport van water en substraat door de mens gemakkelijk en over grote afstanden mogelijk is.

Noord-Brabant Limburg Zeeland Zeeland Zeeland Zuid-Holland Zuid-Holland Noord-Holland Utrecht Gelderland Overijssel Flevoland Flevoland Drenthe Groningen Friesland Noord-Holland Friesland Friesland Friesland Friesland

Hoe erg is het?

Kikker Ranavirus Annemarieke Spitzen

Wat in Nederland de gevolgen gaan zijn voor de getroffen soorten weten we nog niet. Hiervoor is het nodig de populaties over meerdere jaren te volgen. Wat we wel weten uit het buitenland is dat er drie scenario’s voor populaties mogelijk zijn: ofwel ze herstellen binnen enkele jaren volledig, ofwel ze sterven volledig uit, of ze blijven op een beperkt percentage hangen van hun oorspronkelijke grootte.

Welk scenario we in Nederland gaan zien is nog onduidelijk. Voor zeldzame soorten die in geïsoleerde populaties voorkomen, kan een uitbraak die meerdere jaren achter elkaar toeslaat de doodssteek betekenen.

In Spanje zijn hele amfibiegemeenschappen die bestonden uit onder andere vroedmeesterpad, gewone pad, vuursalamander en Alpenwatersalamander, in elkaar gestort als gevolg van uitbraken van ranavirus (type CMTV).

Monitoring van uitbraken is essentieel om de gevolgen voor individuele soorten en populaties te leren kennen. Zo kunnen we bepalen welke handelingsperspectieven we al dan niet hebben.

Wat kan ik doen?

Hoe herken ik een uitbraak?
Het lijkt erop dat als het virus zich voor het eerst manifesteert de sterfte vrij massaal is, met 80 – 90% dode dieren in verschillende leeftijdsklassen. Het beeld dat we daarna zien is dat er een aantal dieren blijft overleven. Het percentage wat resteert is slechts een fractie van wat er eerst in het water zat.

Dat je een uitbraak alleen kan herkennen door massale sterfte is een misverstand. Het is een mogelijkheid, maar dieren kunnen het virus ook latent met zich meedragen. De sterfte kan dan cryptisch zijn en valt enkel op door afnemende aantallen dieren die door monitoring aan het licht komen. Ook de kenmerkende uitwendige puntbloedingen zijn geen sluitend kenmerk van een ranavirus besmetting. Dieren kunnen dodelijk ziek zijn door ranavirus zónder die puntbloedingen te tonen en tegelijkertijd kunnen die bloedingen ook gevolgen zijn van andere ziektes.

Met ranavirus besmette dieren mét de puntbloedingen zien er ongeveer zo uit (zie foto’s). Andere mogelijke symptomen zijn:

  • Dieren zitten in een houding alsof ze weg willen springen, maar zijn dood
  • Dieren zijn extreem mager
  • Extreem vervellen
  • Puntbloedingen
  • Gezwellen/poliepen

Bovenstaande kenmerken zijn echter niet eenduidig voor ranavirus. Om ranavirus met zekerheid vast te stellen is aanvullend (microscopisch) onderzoek nodig.

Zieke kikker. Foto: Jöran Janse
Het lijkt alsof ie weg wil springen maar hij is dood

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat moet ik doen als ik verdachte sterfte zie?
We vragen iedereen om verdachte zieke en dode dieren te rapporten. Dat kan via een email (liefst met foto’s) naar ziektes@ravon.nl.

Neem contact op met RAVON (a.spitzen@ravon.nl) en/of met DWHC (dwhc@uu.nl).

Documenteer goed wat je ziet, waar het is, en volg het liefst ook de uitbraak. Maak foto’s en verzamel (indien in het bezit van een ontheffing) vers dode dieren. Die kan je gekoeld bewaren en met DWHC afspreken of het lukt om de dieren voor autopsie aan te bieden. Lukt dat niet, dan kan je de dieren ingevroren bewaren. Zorg altijd voor een goed label (locatie – datum – soort(en)).

Meer informatie over het herkennen en melden van zieke dieren wordt gegeven in deze presentatie en animatie. De animatie gaat specifiek over de chytride schimmel B. salamandrivorans, maar het melden van ranavirus gaat op dezelfde manier.

Voorkom verspreiding van het virus. Maak gebruik van het hygiëne protocol.

Wat kan ik verder doen?
Natuurlijke verspreiding is niet tegen te houden. Amfibieën die drager van het virus zijn kunnen het verspreiden door van de ene plek naar de andere te lopen. Mensen zijn echter als geen ander in staat om grote hoeveelheden virus over grote afstanden te verplaatsen, en dat ook nog in korte tijd. Neem daarom voorzorgsmaatregelen om zelf geen verspreider te zijn, door goed je materialen te desinfecteren, ook groot materieel voor beheerwerkzaamheden in vochtige en natte terreinen. Ontsmet laarzen en schoenen, kom niet onnodig in wateren en wees alert.

Voorkom verspreiding van het virus. Maak gebruik van het hygiëne protocol.

Nog meer lezen?

Er is een flyer verschenen met daarin in het kort informatie over het ranavirus.

Voor nog meer informatie, wetenschappelijke publicaties en informatie over symposia is de website: http://www.ranavirus.org/ erg informatief.

Het GRC (Global Ranavirus Consortium) is opgezet om communicatie en samenwerking tussen wetenschappers, dierenartsen en andere partijen die geïnteresseerd zijn in ranavirussen te faciliteren.

Dit consortium:

  1. Organiseert om het jaar een internationaal symposium over ranavirussen
  2. Heeft een mailinglijst en een jaarlijkse nieuwsbrief
  3. Organiseert regionale discussiegroepen om informatie uit te wisselen
  4. Produceert boeken, artikelen en andere producten om informatie over ranavirus te verspreiden en
  5. Geeft informatie, advies en training op aanvraag

Een directe link naar een overzicht van de wetenschappelijke publicaties op het gebied van ranavirus is: https://www.ranavirus.org/resources/.

Referenties

  1. Kik, M., et al. (2011). "Ranavirus-associated mass mortality in wild amphibians, The Netherlands, 2010: A first report." The Veterinary Journal 190(2): 284-286.
  2. Spitzen - van der Sluijs, A., et al. (2016). "Monitoring ranavirus-associated mortality in a Dutch heathland in the aftermath of a ranavirus disease outbreak." Journal of Wildlife Diseases 52(4): 817-827.
  3. van Beurden, S. J., et al. (2014). "Complete genome sequence of a common midwife toad virus-like ranavirus associated with mass mortalities in wild amphibians in the Netherlands." Genome Announc 2(6).
  4. Spitzen - van der Sluijs, A. M., et al. (2016). "The course of an isolated ranavirus outbreak in a Pelobates fuscus population in the Netherlands." Journal of Herpetological Medicine and Surgery 26(3-4): 1-5.
  5. Saucedo, B., et al. (2018). "Ranavirus genotypes in the Netherlands and their potential association with virulence in water frogs (Pelophylax spp.)." Emerging Microbes & Infections 7(1): 56.
  6. Saucedo, B., et al. (2019). "Common midwife toad ranaviruses replicate first in the oral cavity of smooth newts (Lissotriton vulgaris) and show distinct strain-associated pathogenicity." Scientific Reports 9(1): 4453.
  7. Martel, A., et al. (2012). "The novel ‘Candidatus Amphibiichlamydia ranarum’ is highly prevalent in invasive exotic bullfrogs (Lithobates catesbeianus)." Environmental Microbiology Reports 5(1): 105-108.
  8. Nazir, J., et al. (2012). "Environmental persistence of amphibian and reptilian ranaviruses." DISEASES OF AQUATIC ORGANISMS 98(3): 177-184.
Organisaties Ranavirus Logo's
Deze webpagina is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering (BuRO), Team Invasieve Exoten van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit in het kader van het Signaleringsproject Exoten.

Over RAVON

RAVON voor de bescherming van amfibieen, reptielen en vissen

Beschermen doen we samen met vrijwilligers en donateurs

 

Kennis - informatie - onderzoek -advies

Privacy statement

 

Contact

Telefoon: 024-7410600
Email: kantoor@ravon.nl
Contactpagina


Adres Natuurplaza
(gebouw Mercator III)
Toernooiveld 1 6525 ED
Nijmegen

Route

Back To Top