Voortplanting
Pas eind april, begin mei verzamelen de mannetjes van de meerkikker zich in het voortplantingwater. De paartijd duurt tot eind juni- begin juli, met een piek tussen begin mei en half juni. Hierbij wordt hoofdzakelijk ’s avonds gekwaakt, maar op warme en zonnige dagen ook overdag. Eiklompen zijn vaak groter dan die van andere groene kikkers. Ze bevatten 100 tot 1000 eieren. Omdat per vrouwtje meerdere klompen worden afgezet kan het totaal aantal eieren in een seizoen per vrouwtje oplopen tot 12000 eieren. De ontwikkeling van ei tot metamorfose duurt 2-4 maanden.
Meerkikkers wegen gemiddeld 100-150 gram. Vrouwtjes worden iets zwaarder, tot 200 gram.
Volgroeide larven zijn 50-70 mm lang. Pas aan land gekomen juvenielen zijn 15-30 mm lang en wegen 1-5 gram. In Nederland worden de meeste juvenielen gevonden van half augustus tot eind september. Vanaf het derde levensjaar nemen de meeste mannetjes en een klein deel van de vrouwtjes deel aan de voortplanting. Vrouwtjes lijken niet elk jaar eieren af te zetten.

Levenswijze
De meerkikker is een zon- en warmteminnende soort met een voorkeur voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone moet bij voorkeur goed begroeid zijn. Het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De meerkikker prefereert rijk begroeide laaglandwateren met een neutrale of zwak-basische pH in een waterrijke omgeving, zoals bijvoorbeeld polders en rivierdalen. De soort is buiten de paartijd meer aan water gebonden dan de andere groene kikkers. Begin oktober beginnen de dieren aan hun winterrust. Overwintering vindt vrijwel altijd plaats in het water. Hiervoor worden vaak langzaam stromende wateren en beken opgezocht, maar ook stilstaande wateren worden gebruikt. De meeste meerkikkers worden niet ouder dan 5 of 6 jaar.
Er bestaat nauwelijks verschil in voedselkeuze tussen de drie soorten groene kikkers. Volwassen groene kikkers zijn generalisten en opportunisten en eten vrijwel alle ongewervelde dieren die niet te klein of niet te groot zijn. Allerlei insecten (vooral de larven daarvan), zoals vliegen, kevers, libellen, wespen en mieren, verder cicaden, springstaarten, spinnen, slakken vormen belangrijke prooidieren. Ook worden wel kleine gewervelde dieren zoals jonge muizen, vogels en kleinere amfibieën, gegeten. Kannibalisme komt voor. Larven leven vooral van plantaardig materiaal, detritus en dood materiaal van dierlijke oorsprong en schakelen met toenemende leeftijd over op levend dierlijk materiaal. Door hun grote lichaamsafmetingen kunnen meerkikkers ook grotere prooien verorberen. Zo is er een waarneming bekend van een meerkikker die een kuiken van zwarte stern opat.