Voortplanting
In de periode van half april tot en met half juni vindt de paring en eiafzet plaats. De eieren worden door het vrouwtje één voor één met behulp van de achterpoten vastgehecht aan ondergedoken plantenbladeren.
In totaal kunnen in een seizoen meer dan 400 eieren per vrouwtje worden afgezet. Na 16-28 dagen komen de eitjes uit. De larven hebben dan een lengte van 6-12 mm. Na 3 tot 3,5 maand verlaten de juveniele salamanders het water. Ze zijn dan 3 tot 4 cm lang.
Na 2 tot 3 jaar zijn vinpootsalamanders geslachtsrijp.
Levenswijze
Vinpootsalamanders worden in Nederland in twee landschapstypen aangetroffen, de heidegebieden op de hogere zandgronden en het heuvellandschap van Zuid-Limburg. Als voortplantingswater wordt hier met name gebruik gemaakt van zwakzure, permanente vennen, plassen en bospoelen. In het heuvellandschap planten vinpootsalamanders zich voort in bronpoeltjes, bospoelen, drinkpoelen en kleine, zwakstromende beekjes. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4).
De migratie van volwassen dieren naar het voortplantingswater begint in het najaar en loopt met rustperiodes (bij vorst) over in de voorjaarsmigratie. Een groot deel van de Nederlandse vinpootsalamanders overwintert in het water. Het overige deel trekt na de voortplantingsperiode, vanaf half mei tot en met eind juli, naar het omliggende landhabitat. Over overwinterering op het land is vrijwel niets bekend.
Larven van vinpootsalamanders leven voornamelijk van plankton en later ook op waterlooien en vlokreeftjes. Van het dieet van volwassen dieren is weinig bekend, maar de soort lijkt weinig specialistisch. Belangrijke predatoren voor watersalamanders zijn vissen, watervogels en marterachtigen. Vinpootsalamanders worden 6 tot 8 jaar oud.